content here is the anonymously transparent proxied version of ecb.europa.eu   X
Zoekopties
Home Media Explainers Onderzoek & publicaties Statistieken Monetair beleid De euro Betalingsverkeer & markten Werken bij de ECB
Suggesties
Sorteren op
  • INLEIDENDE VERKLARING

PERSCONFERENTIE

Christine Lagarde, president van de ECB,
Luis de Guindos, vicepresident van de ECB

Frankfurt am Main, 10 juni 2021

Dames en heren, de vicepresident en ik heten u van harte welkom bij onze persconferentie. We zullen nu verslag doen van de vergadering van de Raad van Bestuur, die tevens werd bijgewoond door uitvoerend vicevoorzitter van de Commissie, de heer Dombrovskis.

Na de krimp in het eerste kwartaal van het jaar gaat de economie van het eurogebied nu geleidelijk weer open dankzij de verbeterde situatie rond de pandemie en de belangrijke vooruitgang die met de vaccinatieprogramma's wordt geboekt. De jongste data wijzen op een opveren van de dienstverlening en een aanhoudende dynamiek in de productie van de verwerkende industrie. We verwachten een versnelling van de economische bedrijvigheid in de tweede helft van dit jaar, naarmate meer beheersingsmaatregelen worden opgeheven. Een stijging van de consumptieve bestedingen, een krachtige mondiale vraag en accommoderend budgettair en monetair beleid zullen cruciale steun geven aan het herstel. Tegelijkertijd blijft er sprake van onzekerheden, aangezien de economische vooruitzichten op korte termijn afhankelijk blijven van het verloop van de pandemie en van de reactie van de economie na heropening. De inflatie is de afgelopen maanden gestegen, vooral als gevolg van basiseffecten, tijdelijke factoren en een stijging van de energieprijzen. Verwacht wordt dat de inflatie in de tweede helft van het jaar verder stijgt, om daarna te dalen onder invloed van het geleidelijk verdwijnen van tijdelijke factoren. De nieuwe projecties van onze medewerkers wijzen op een geleidelijke stijging van de onderliggende inflatiedruk in de gehele projectieperiode, hoewel de druk gematigd blijft tegen de achtergrond van nog altijd significante economische onderbenutting die tijdens de projectieperiode slechts geleidelijk zal worden weggewerkt. Voor de projectieperiode wordt verwacht dat de totale inflatie onder onze doelstelling blijft.

Het handhaven van gunstige financieringsvoorwaarden tijdens de pandemie blijft essentieel om de onzekerheid terug te dringen en het vertrouwen te stimuleren, en zo de economische bedrijvigheid te steunen en de prijsstabiliteit op middellange termijn te waarborgen. De financieringsvoorwaarden voor bedrijven en huishoudens zijn grofweg stabiel gebleven sinds onze monetairbeleidsvergadering van maart. De marktrentes zijn echter verder gestegen. Hoewel deze ontwikkeling gedeeltelijk samenhangt met verbeterde economische vooruitzichten, kan een langere stijging van de marktrentes zich vertalen in een verkrapping van de ruimere financieringsvoorwaarden die relevant zijn voor de gehele economie. Zo’n verkrapping zou prematuur zijn en een risico vormen voor het lopende economische herstel en de inflatievooruitzichten.

Tegen deze achtergrond heeft de Raad van Bestuur besloten zijn zeer accommoderende monetairbeleidskoers te bevestigen.

We laten de basisrentetarieven van de ECB ongewijzigd. We verwachten dat deze tarieven op hun huidige niveau of lager zullen blijven totdat we hebben vastgesteld dat de inflatieverwachtingen binnen onze projectieperiode krachtig convergeren naar een niveau dat voldoende dicht bij maar onder 2 procent ligt, en een dergelijke convergentie consequent in de onderliggende inflatiedynamiek tot uitdrukking komt.

We zullen de nettoaankopen van activa krachtens het pandemie-noodaankoopprogramma (pandemic emergency purchase programme – PEPP), met een totaalbedrag van € 1.850 miljard, ten minste tot het einde van maart 2022 blijven uitvoeren en in ieder geval totdat de Raad van Bestuur van oordeel is dat de crisisfase van het coronavirus voorbij is. Op basis van een gezamenlijke beoordeling van de financieringsvoorwaarden en de inflatievooruitzichten verwacht de Raad van Bestuur dat de nettoaankopen krachtens het PEPP tijdens het komende kwartaal in een aanzienlijk hoger tempo zullen blijven worden uitgevoerd dan tijdens de eerste maanden van het jaar.

We zullen onze aankopen op flexibele wijze doen en daarbij rekening houden met de marktomstandigheden, met het oog op het voorkomen van een verkrapping van de financieringsvoorwaarden die niet in overeenstemming is met het tegengaan van de neerwaartse invloed van de pandemie op het verwachte beloop van de inflatie. Bovendien zal de flexibele benadering bij de aankopen wat betreft de timing, activacategorieën en jurisdicties steun blijven geven aan de soepele transmissie van het monetaire beleid. Indien de instandhouding van gunstige financieringsvoorwaarden kan plaatsvinden zonder benutting van het volledige PEPP-bedrag voor de nettoaankoopperiode, hoeft het bedrag niet in zijn geheel te worden ingezet. Ook kan het bedrag worden herijkt indien dat nodig is om gunstige financieringsvoorwaarden te behouden teneinde de negatieve schok van de pandemie voor het inflatiebeloop helpen op te vangen.

We zullen de aflossingen op effecten die zijn aangekocht in het kader van het PEPP en die de vervaldatum hebben bereikt, ten minste tot het einde van 2023 blijven herinvesteren. De toekomstige uitfasering van de PEPP-portefeuille wordt in ieder geval zo gestuurd dat de passende monetairbeleidskoers niet gehinderd wordt.

De nettoaankopen in het kader van ons programma voor de aankoop van activa (asset purchase programme – APP) zullen worden voortgezet voor een maandelijks bedrag van € 20 miljard. We verwachten nog steeds de maandelijkse nettoaankopen van activa in het kader van het APP voort te zetten zo lang als noodzakelijk is om de accommoderende invloed van onze beleidstarieven te versterken, en ze te beëindigen kort voordat we aanvangen met de verhoging van de basisrentetarieven van de ECB.

We zijn ook voornemens de aflossingen op effecten die zijn aangekocht in het kader van het APP en die de vervaldatum hebben bereikt, volledig te blijven herinvesteren, en wel voor geruime tijd voorbij het moment waarop we beginnen de basisrentetarieven van de ECB te verhogen, en in ieder geval zo lang als noodzakelijk is om gunstige liquiditeitscondities en een ruime mate van monetaire accommodatie te handhaven.

Ten slotte zullen we omvangrijke liquiditeit blijven verstrekken via onze herfinancieringstransacties. De via de derde reeks van gerichte langerlopende herfinancieringstransacties (TLTRO-III) aangetrokken financiering speelt een cruciale rol bij het ondersteunen van de bancaire kredietverlening aan bedrijven en huishoudens.

Onze maatregelen helpen de gunstige financieringsvoorwaarden voor alle economische sectoren in stand te houden, wat nodig is voor een doorzettend economisch herstel en voor waarborging van de prijsstabiliteit. We blijven eveneens de ontwikkelingen van de wisselkoers volgen wat betreft de mogelijke effecten daarvan op de inflatievooruitzichten op middellange termijn. We staan klaar om al onze instrumenten zo nodig aan te passen, om ervoor te zorgen dat de inflatie zich op duurzame wijze ontwikkelt in de richting van onze doelstelling en overeenkomstig het belang dat we hechten aan symmetrie.

Staat u mij nu toe onze beoordeling nader toe te lichten, te beginnen met de economische analyse. In het eerste kwartaal van het jaar is het reële bbp van het eurogebied verder gedaald, met 0,3 procent, tot 5,1 procent onder het peil van het vierde kwartaal van 2019, vóór de pandemie. Enquêtes onder producenten en consumenten en hoogfrequente indicatoren duiden op een aanzienlijke verbetering van de bedrijvigheid in het tweede kwartaal van dit jaar.

Bedrijfsenquêtes wijzen op een sterke heropleving van de dienstverlening dankzij de teruglopende besmettingscijfers, die een geleidelijke normalisering van contactintensieve activiteiten mogelijk maken. De productie in de verwerkende industrie blijft krachtig dankzij de solide mondiale vraag, ook al zouden knelpunten aan de aanbodzijde de industriële bedrijvigheid op korte termijn enigszins parten kunnen spelen. De indicatoren voor het consumentenvertrouwen gaan erop vooruit en wijzen op een krachtige heropleving van de particuliere consumptie tijdens de komende periode. De bedrijfsinvesteringen geven blijk van veerkracht, ondanks zwakkere balansen van bedrijven en nog altijd onzekere economische vooruitzichten.

Onze verwachting is dat de groei in de tweede helft van 2021 sterk blijft verbeteren, naarmate de voortgang bij de vaccinatiecampagnes een verdere versoepeling van de beheersingsmaatregelen mogelijk maakt. Op middellange termijn wordt het herstel van de economie van het eurogebied naar verwachting geschraagd door de sterkere mondiale en binnenlandse vraag, evenals door de aanhoudende steun van zowel het monetair als het budgettair beleid.

Deze beoordeling komt in grote lijnen overeen met het basisscenario uit de door medewerkers van het Eurosysteem opgestelde macro-economische projecties voor het eurogebied van juni 2021. In deze projecties wordt uitgegaan van een reële bbp-groei op jaarbasis van 4,6 procent in 2021, 4,7 procent in 2022 en 2,1 procent in 2023. Ten opzichte van de door medewerkers van de ECB in maart 2021 opgestelde macro-economische projecties zijn de vooruitzichten voor de economische bedrijvigheid opwaarts bijgesteld voor 2021 en 2022 en onveranderd gebleven voor 2023.

Al met al beschouwen we de risico's rond de groeivooruitzichten voor het eurogebied als globaal genomen in evenwicht. Enerzijds zou een nog sneller herstel kunnen berusten op betere vooruitzichten voor de mondiale vraag en een sneller dan verwachte daling van de besparingen van huishoudens zodra de beperkingen op sociale interactie en reizen worden opgeheven. Anderzijds blijven de pandemie, met inbegrip van de verspreiding van virusvarianten, en de gevolgen daarvan voor het economische en financiële klimaat, bronnen van neerwaarts risico.

Volgens de flashraming van Eurostat is de twaalfmaands inflatie in het eurogebied gestegen van 1,3 procent in maart tot 1,6 procent in april en 2,0 procent in mei 2021. Deze toename was vooral te wijten aan een sterke stijging van de energieprijsinflatie, die het gevolg was van zowel aanzienlijke opwaartse basiseffecten als maand-op-maandstijgingen, en in mindere mate van de licht toegenomen inflatie van de industriële goederen ongerekend energie. Waarschijnlijk neemt de totale inflatie tegen het najaar verder toe, voornamelijk onder invloed van het einde van de tijdelijke btw-verlaging in Duitsland. Begin volgend jaar neemt de inflatie naar verwachting opnieuw af, door het wegebben van tijdelijke factoren en de matiging van de mondiale energieprijzen.

We verwachten dat de onderliggende prijsdruk dit jaar enigszins toeneemt, als gevolg van tijdelijke aanbodbeperkingen en het herstel van de binnenlandse vraag. Niettemin blijft de prijsdruk al met al waarschijnlijk gematigd, onder meer als gevolg van de geringe loondruk, tegen de achtergrond van nog altijd aanzienlijke economische onderbenutting en de stijging van de wisselkoers van de euro.

Zodra het effect van de pandemie wegebt, zal het verdwijnen van de aanzienlijke onderbenutting, geschraagd door het accommoderende monetaire en budgettaire beleid, bijdragen tot een geleidelijke stijging van de onderliggende inflatie op middellange termijn. Op enquêtes gebaseerde maatstaven en marktindicatoren voor de inflatieverwachtingen op langere termijn staan nog steeds op een gematigd peil, hoewel de marktindicatoren zijn blijven toenemen.

Deze beoordeling komt in grote lijnen overeen met het basisscenario uit de door medewerkers van het Eurosysteem opgestelde macro-economische projecties voor het eurogebied van juni 2021, waarin wordt uitgegaan van een inflatie op jaarbasis van 1,9 procent in 2021, 1,5 procent in 2022 en 1,4 procent in 2023. Vergeleken met de door medewerkers van de ECB samengestelde macro-economische projecties van maart 2021 zijn de vooruitzichten voor de inflatie opwaarts bijgesteld voor 2021 en 2022, grotendeels als gevolg van tijdelijke factoren en een hogere energieprijsinflatie. De inflatievooruitzichten voor 2023 zijn onveranderd gebleven, aangezien de stijging van de onderliggende inflatie grotendeels gecompenseerd wordt door een verwachte daling van de energieprijsinflatie. Volgens de projectie zal de HICP-inflatie exclusief voedingsmiddelen en energie toenemen van 1,1 procent in 2021 tot 1,3 procent in 2022 en 1,4 procent in 2023. Dat is een opwaartse bijstelling voor de hele projectieperiode ten opzichte van de exercitie van maart 2021.

Wat de monetaire analyse betreft, daalde de groei op jaarbasis van het ruime monetaire aggregaat (M3) tot 9,2 procent in april 2021, tegen 10,0 procent in maart en 12,3 procent in februari. De vertraging in maart en april was ten dele te wijten aan sterke negatieve basiseffecten, aangezien de sterke instroom in de eerste fase van de pandemie uit de groeicijfers op jaarbasis is verdwenen. Ze heeft ook te maken met een matiging van de monetaire dynamiek op kortere termijn, die voornamelijk is toe te schrijven aan de zwakkere ontwikkeling van de deposito’s van huishoudens en bedrijven in april en de geringere liquiditeitsbehoeften naarmate de situatie in verband met de pandemie verbetert. De lopende aankopen van activa door het Eurosysteem blijven de grootste bron van geldschepping. Het eng gedefinieerde monetaire aggregaat M1 liet weliswaar eveneens een vertraging optekenen, maar bleef de belangrijkste bijdrage leveren aan de groei van het ruime monetaire aggregaat. Die grote bijdrage heeft te maken met een nog altijd verhoogde voorkeur voor liquiditeit in de geldaanhoudende sector en de lage alternatieve kosten van het aanhouden van de meest liquide geldvormen.

Het groeitempo op jaarbasis van leningen aan de private sector liep terug tot 3,2 procent in april, tegen 3,6 procent in maart en 4,5 procent in februari. Achter deze daling schuilt een tegengestelde dynamiek in de kredietverlening aan niet-financiële ondernemingen en aan huishoudens. Het groeitempo op jaarbasis van leningen aan niet-financiële ondernemingen daalde tot 3,2 procent in april, tegen 5,3 procent in maart en 7,0 procent in februari. De daling kan worden toegeschreven aan grote negatieve basiseffecten en enige vervroegde kredietverlening in maart ten opzichte van april. Het twaalfmaands groeitempo van leningen aan huishoudens steeg tot 3,8 procent in april, tegen 3,3 procent in maart en 3,0 procent in februari, onder invloed van de krachtige kredietstroom op maandbasis en positieve basiseffecten.

Al met al blijven de beleidsmaatregelen van de ECB, maar ook de maatregelen van nationale overheden en andere Europese instellingen, van cruciaal belang om de voorwaarden voor de bancaire kredietverlening en de toegang tot financiering te ondersteunen, met name voor de partijen die het sterkst door de coronapandemie zijn getroffen.

Kortom: een toetsing van de uitkomsten van de economische analyse aan de signalen uit de monetaire analyse bevestigde dat een ruime mate van monetaire accommodatie noodzakelijk is voor de ondersteuning van de economische bedrijvigheid en de krachtige convergentie van de inflatie naar een niveau onder maar dicht bij 2 procent op middellange termijn.

Wat het begrotingsbeleid betreft, blijft een ambitieuze en gecoördineerde begrotingskoers van cruciaal belang, aangezien een voortijdige intrekking van de budgettaire steun het herstel zou verzwakken en de schade op lange termijn zou vergroten. Het nationaal begrotingsbeleid moet dan ook kritieke en tijdige ondersteuning blijven verlenen aan bedrijven en huishoudens die het sterkst door de pandemie en de daarmee gepaard gaande beheersingsmaatregelen worden getroffen. Tegelijkertijd dienen de begrotingsmaatregelen tijdelijk en anticyclisch te blijven, en voldoende gericht te zijn om de zwakke plekken doeltreffend aan te pakken en een snel herstel van de economie van het eurogebied te ondersteunen. De drie door de Europese Raad bekrachtigde vangnetten voor werkenden, bedrijven en overheden voorzien in belangrijke financieringssteun.

De Raad van Bestuur herhaalt de sleutelrol van het Next Generation EU-pakket. De Raad roept de lidstaten op de fondsen productief in te zetten, geflankeerd door productiviteitsverhogend structureel beleid. Op die manier zou het Next Generation EU-programma bijdragen aan een sneller, sterker en evenwichtiger herstel en aan vergroting van de economische veerkracht evenals het groeipotentieel van de economieën van de lidstaten. Zo zou het programma de doeltreffendheid van het monetair beleid in het eurogebied ondersteunen. Zulk structureel beleid is van zeer groot belang voor de verbetering van economische structuren en instituties en voor de versnelling van de groene en de digitale transitie.

We zijn nu klaar om uw vragen te beantwoorden.

Voor de exacte bewoordingen van de door de Raad van Bestuur overeengekomen tekst wordt verwezen naar de Engelstalige versie.

CONTACT

Europese Centrale Bank

Directoraat-generaal Communicatie

Reproductie is alleen toegestaan met bronvermelding.

Contactpersonen voor de media