content here is the anonymously transparent proxied version of ecb.europa.eu   X
European Central Bank - eurosystem
Zoekopties
Home Media Explainers Onderzoek & publicaties Statistieken Monetair beleid De euro Betalingsverkeer & markten Werken bij de ECB
Suggesties
Sorteren op
  • Toespraak

De digitale euro en de ontwikkeling van het financiële stelsel

Inleidende verklaring door Fabio Panetta, directielid van de ECB, voor de Commissie economische en monetaire zaken van het Europees Parlement

Brussel, 15 juni 2022

Het is mij een groot genoegen om hier vandaag met u in gesprek te gaan over de vooruitgang die we hebben geboekt met het programma voor een digitale euro.

Een digitale euro zal Europeanen in staat stellen om binnen het gehele eurogebied met publiek geld digitale betalingen te doen, net zoals ze nu contant geld gebruiken voor fysieke betalingen.

Nu betalingen steeds meer digitaal gaan is geld van de centrale bank naar het digitale tijdperk brengen een logische stap en van cruciaal belang. Dit om twee redenen.

Allereerst moeten we de rol van publiek geld als monetair anker van het betalingssysteem waarborgen. Dit betekent dat mensen erop kunnen vertrouwen dat hun geld altijd één op één converteerbaar is naar publiek geld, dat een directe claim op de centrale bank is, net als contant geld. Zo zorgen we ervoor dat de verschillende vormen van geld op een goede manier naast elkaar kunnen bestaan, dat ze gemakkelijk kunnen worden geconverteerd en elkaar kunnen aanvullen. Een sterk monetair anker is nodig om de eenheid van geld, monetaire soevereiniteit en de integriteit van het financiële stelsel te beschermen.

Ten tweede zal een digitale euro bijdragen aan onze strategische autonomie en economische efficiëntie door een Europees betaalmiddel aan te bieden dat kan worden gebruikt voor alle digitale betalingen, dat beantwoordt aan de maatschappelijke doelstellingen van Europa en is gebaseerd op een Europese infrastructuur.

We zullen de digitale euro zo ontwerpen dat die aantrekkelijk is voor gebruikers en dat zij er graag overal mee willen betalen.[1] Een digitale euro met de status van wettig betaalmiddel zal dit mogelijk moeten maken en een besluit hierover is aan u, de medewetgevers. Deze wetgeving zal ook helpen de netwerkeffecten te bereiken die essentieel zijn voor het succes van betaaloplossingen.[2]

We zullen ook de hoogste privacynormen nastreven.[3] Daarbij zal de digitale euro bijdragen aan financiële inclusie en digitale innovatie stimuleren, zoals onder andere de programmeerbaarheid van betalingen.[4]

Voor de introductie van de digitale euro werken we aan een zo kort mogelijke implementatietijd, zo laag mogelijke kosten, het beheersen en reduceren van de risico's en een zo klein mogelijke ecologische voetafdruk.

De digitale euro zal voortbouwen op de ervaringen van financiële intermediairs in diensten gericht op consumenten. We zullen ervoor zorgen dat private betaalmiddelen niet worden verdrongen en de financiële stabiliteit in stand blijft. Ik zal mij vandaag vooral op dat laatste punt richten: de mogelijke invloed van een digitale euro op het financiële stelsel.

De digitale euro en de ontwikkeling van het financiële stelsel

Bij het ontwerpen van de digitale euro kijken we niet alleen naar het betaallandschap van vandaag. Maar dan kijken we er ook vooral naar hoe dit er in de toekomst uit zou kunnen gaan zien.

Denk aan een wereld waarin de centrale bank alleen contant geld blijft aanbieden, maar waarin mensen steeds vaker digitaal willen betalen en dan alleen toegang hebben tot private vormen van digitaal geld.[5]

In een dergelijke wereld zou centralebankgeld zijn spilrol in het betalingsverkeer verliezen. Ook zou het niet mogelijk zijn de complementariteit en omwisselbaarheid van publiek en privaat geld te blijven garanderen.[6] In de monetaire en financiële sector zal een monetair anker, het centralebankgeld, ontbreken en deze zou daardoor blootgesteld worden aan mogelijke instabiliteit door een gebrek aan vertrouwen in de convertibiliteit van commercieel bank geld.[7]

Het is ook denkbaar dat niet-Europese digitale betaaloplossingen en ‑technologieën onze betaalmarkt gaan domineren, zoals we al zien in sommige segmenten zoals kaarten en online betalingen. Dit risico zou nog kunnen worden vergroot als de grote technologiebedrijven, die gebruikmaken van hun zeer grote klantenbasis, nieuwe betaalmiddelen gaan aanbieden. Dit zou vragen oproepen over onze autonomie en privacy bij betalingen. Het zou zelfs de Europese soevereiniteit in gevaar kunnen brengen.[8]

Bovendien zouden binnen het internationale monetaire systeem ook digitale centrale bank munten (CBDC’s) kunnen opkomen in de grote economieën. Dergelijke CBDC’s zouden voordelen bieden in termen van efficiency, schaalbaarheid, liquiditeit en veiligheid en zo ook internationaal aantrekkelijk kunnen worden. En deze kunnen het potentieel bezitten om grensoverschrijdende betalingen te vergemakkelijken, wat hun rol als wereldwijde betaaleenheid kan versterken.[9] Om tegen een dergelijke achtergrond geen digitale euro uit te geven zou de internationale rol van de euro ondermijnen en dit zou aanvullende risico’s kunnen opleveren voor de soevereiniteit.

Dit scenario staat niet meteen op stapel, maar het zou mogelijkerwijs bewaarheid kunnen worden in de toekomst als we niet vandaag al actie ondernemen.

En als we dat niet doen, zullen we ook een toenemende verwarring zien over digitaal geld. Crypto’s zijn een goed voorbeeld.[10] Ongedekte crypto’s kunnen bijvoorbeeld de functie van geld niet vervullen. Ze zijn niet stabiel en ook niet schaalbaar. De transacties zijn traag en duur. En in sommige hoedanigheden vormen ze een gevaar voor het milieu en voor andere maatschappelijke doelstellingen. Op stablecoins kan dan weer een run ontstaan, zoals we recent gezien hebben bij algoritmische stablecoins. Hierbij is het essentieel dat de resterende hiaten in de regelgeving voor crypto’s gedicht worden. Ik reken op dit Parlement om ervoor te zorgen dat uit de huidige onderhandelingen over de EU-verordening betreffende markten in cryptoactiva (MiCA)[11] en de huidige wetgevingsvoorstellen inzake de bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering een ambitieus regelgevingskader naar voren komt, met name wat betreft informatie die gepaard gaat met geldovermakingen en bepaalde cryptoactiva (FCTR).[12]

Om verwarring te voorkomen over wat wel of niet digitaal geld is, moet de centrale bank zelf digitaal geld uitgeven, inspelend op de vraag naar digitalisering. Zo kan zij een anker van stabiliteit bieden in de wereld van digitale financiering.

De stabiliteit van het financiële stelsel beschermen

Wil de digitale euro deze rol kunnen vervullen, dan moeten we de mogelijke impact ervan op het monetaire beleid, de financiële stabiliteit en de dienstverlening door financiële intermediairs zorgvuldig evalueren.[13]

Een digitale euro zou natuurlijk worden uitgegeven door de centrale bank. En in tegenstelling tot potentieel dominante private partijen in de digitale betaalmarkt van morgen – zoals grote technologiebedrijven – zal de centrale bank nauwlettend aandacht besteden aan overwegingen met betrekking tot financiële stabiliteit en aan de instandhouding van een divers en krachtig ecosysteem.

Dit betekent niet dat de status quo gehandhaafd moet blijven. Maar wel dat eventuele risico’s die voortvloeien uit de invoering van een digitale euro zowel in normale tijden als in tijden van financiële stress moeten worden beperkt. We hebben deze aspecten de afgelopen maanden uitvoerig besproken.

We kijken zeer uitgebreid naar de risico’s voor monetairbeleidstransmissie en financiële stabiliteit die zouden kunnen voortvloeien uit de omzetting van grote aantallen bankdeposito’s in het eurogebied in digitale euro.

Deposito’s vormen vandaag de dag de belangrijkste financieringsbron voor banken in het eurogebied.[14] Indien niet goed ontworpen, kan een digitale euro leiden tot een excessieve uitstroom van deze deposito’s. Banken kunnen op deze uitstroom reageren door de afruil tussen financieringskosten en liquiditeitsrisico te beheersen.[15] De aantrekkelijkheid van commerciële bankdeposito’s zal ook van invloed zijn op de mate van vervanging.

Ongewenste gevolgen van de uitgifte van een digitale euro voor het monetaire beleid, de financiële stabiliteit of de toewijzing van krediet aan de reële economie moeten echter van tevoren zo veel mogelijk worden beperkt door een goed ontwerp.

En het is inderdaad mogelijk een digitale euro te ontwerpen met effectieve instrumenten om te voorkomen dat deze als beleggingsvorm wordt gebruikt in plaats van alleen als betaalmiddel.

Een dergelijk instrument kan bijvoorbeeld bestaan uit kwantitatieve limieten voor individuele tegoeden.[16] Een ander kan zijn dat het gebruik als beleggingsvorm wordt ontmoedigd door de vergoeding boven een bepaalde drempelwaarde aan te passen, waarbij voor grotere posities een minder aantrekkelijke of geen rente geldt.[17]

Ons voornemen is om beide soorten instrumenten – limieten en gelaagde vergoedingen – te integreren in het ontwerp van een digitale euro. Dichter bij de mogelijke invoering van een digitale euro zullen we besluiten hoe we deze kunnen combineren en kalibreren om de financiële stabiliteit en onze monetairbeleidskoers en -transmissie te handhaven.[18] Bij deze keuzes moet rekening worden gehouden met het op dat moment heersende economische en financiële klimaat.

Uit onze voorlopige analyses blijkt dat wanneer de totale hoeveelheid aangehouden digitale euro’s tussen de een tot anderhalf biljoen euro’s zou blijven, dit geen negatieve effecten zal hebben voor het financiële stelsel of het monetaire beleid. Dit bedrag is vergelijkbaar zijn met de huidige aangehouden bankbiljetten in omloop. Aangezien het eurogebied momenteel ongeveer 340 miljoen inwoners telt, zou dit ruimte bieden voor aanhoudingen van ongeveer 3.000 tot 4.000 digitale euro’s per hoofd van de bevolking.

Bij het opstellen van de eerste parameters om het bezit aan digitale euro voor beleggingsdoeleinden te beperken of te ontmoedigen, dient rekening te worden gehouden met twee ‘dynamische’ factoren. Ten eerste zullen burgers de nieuwe digitale munt geleidelijk in gebruik nemen; het zalwaarschijnlijk enkele jaren duren voordat een meerderheid de digitale euro gaat gebruiken. Ten tweede is het een overweging om bij het kalibreren van deze instrumenten het zekere voor het onzekere te nemen en vervolgens de waarden bij te stellen aan de hand van ervaringen en de mate van acceptatie van de digitale euro over tijd.

Tegelijkertijd zullen we bij het ontwerpen van deze instrumenten moeten streven naar eenvoud, zowel wat de technische implementatie als het gebruikersgemak betreft.[19] We willen mensen een gemakkelijk te begrijpen en te gebruiken product bieden.

Bijdragen aan een efficiënt Europees monetair en betalingssysteem

Een brede toegankelijkheid en bruikbaarheid van publiek geld voor digitale retailbetalingen in het gehele eurogebied zou niet alleen bijdragen aan de instandhouding van de integriteit en stabiliteit van ons financieel stelsel. Het zou ook kunnen bijdragen aan een efficiënt monetair en betalingssysteem in Europa.

Een digitale euro zal een rol spelen in de versterking van de strategische autonomie en schokbestendigheid van de markt voor retailbetalingen in euro’s. Dit zou ons ook in staat kunnen stellen te reageren op mogelijke verstoringen in de stroom van eurobetalingen die voortvloeien uit de materialisatie van geopolitieke risico’s.

De uitgifte van een digitale euro zou de Europese soevereiniteit en stabiliteit op twee manieren ondersteunen: in de eerste plaats door bij te dragen aan de ontwikkeling van betalingsdiensten onder Europees zeggenschap; en ten tweede door het bevorderen van een veerkrachtig ecosysteem voor retailbetalingen in euro’s.

Wil de digitale euro dit doel bereiken, dan moeten private en publieke partijen samenwerken aan een echte pan-Europese digitale betaaloplossing. Denk terug aan de invoering van de chartale euro: de overgang was een gemeenschappelijke inspanning van zowel overheden als private partijen. Dat moeten we in het digitale tijdperk opnieuw nastreven.

Het is voorzien dat financiële intermediairs een sleutelrol zullen spelen bij de distributie van de digitale euro. Hun ervaring is voor ons van groot belang, met name op het gebied van onboarding van consumenten, anti-witwascontroles en consumentgerichte diensten.[20]

Een digitale euro zal diensten en zakelijke mogelijkheden verbeteren, zodat dienstverleners hun portefeuille kunnen uitbreiden en nieuwe producten en diensten kunnen ontwikkelen rond een digitale euro ten behoeve van hun klanten. Tegen deze achtergrond hebben we onze gesprekken met banken en andere marktpartijen, waaronder consumentenvertegenwoordigers en winkeliers, geïntensiveerd. We zullen zorgvuldig luisteren naar hun visie.[21]

Conclusie

Ik rond mijn verhaal af.

We ontwikkelen een digitale euro, die centralebankgeld bruikbaar maakt voor digitale betalingen, Europeanen een digitaal betaalmiddel biedt dat zij in het gehele eurogebied kunnen gebruiken voor hun dagelijkse betalingen en dat de maatschappelijke doelstellingen van Europa ondersteunt.

Digitaal geld uitgegeven door de centrale bank en beschikbaar voor iedereen zal voorzien in een monetair anker dat stabiliteit biedt voor de betaalmarkt, waardoor de combinatie van publiek en privaat geld, die ons tot nu toe goed heeft gediend, behouden blijft.

Bij de verspreiding van de digitale euro zullen intermediairs een sleutelrol spelen.

We streven ernaar om in een vroeg stadium mogelijke ongewenste gevolgen van de uitgifte van een digitale euro voor het monetaire beleid, de financiële stabiliteit en de krediettoedeling aan de reële economie aan te pakken.

Om te zorgen voor het benodigde regelgevend kader voor publieke en private vormen van geld in het digitale tijdperk is uw rol als medewetgever van essentieel belang. Van mijn kant zal ik u regelmatig blijven rapporteren bij de volgende stappen die wij zetten in onze onderzoeksfase.

Ik kijk uit naar onze discussie.

  1. Uit de focusgroepen is gebleken dat de mogelijkheid om ‘overal te betalen’ als de belangrijkste eigenschap van een nieuw digitaal betalingsinstrument wordt beschouwd. Dit kwam in alle landen en leeftijdsgroepen tot uiting. Snel, gemakkelijk en contactloos betalen, met name voor betalingen tussen particulieren, was de op één na meest gewaardeerde eigenschap. Tot slot gaven deelnemers aan de focusgroepen aan dat zij een oplossing willen die instantbetalingen tussen particulieren mogelijk maakt, ongeacht het platform dat door de betalers en begunstigden wordt gebruikt. Zie Kantar Public (2022), Study on New Digital Payment Methods, maart.

  2. Een digitale economie wordt gedreven door netwerkeffecten en digitaal geld is een netwerkgoed. Dit betekent dat hoe meer mensen de digitale euro in bezit hebben en gebruiken, hoe aantrekkelijker en waardevoller deze zou worden voor andere gebruikers. Dit zou dan weer leiden tot een groei van het potentiële aantal mensen dat de digitale euro als regulier betaalmiddel wil omarmen. Zie Katz, M.L. en Shapiro, C. (1994), “Systems Competition and Network Effects”, Journal of Economic Perspectives, Vol. 8, Nr 2, blz. 93–115; en Claessens, S., Dobos, G., Klingebiel, D. en Laeven, L. (2003), “The growing importance of networks in finance and its effects on competition”, in Nagurney, A. (ed.), Innovations in financial and economic networks, Elgar, blz. 110–135.

  3. Wetswijzigingen in het huidige regelgevingskader voor de bestrijding van het witwassen van geld en terrorismefinanciering zouden nodig zijn om een hoog niveau van privacy mogelijk te maken dat verder gaat dan het basisscenario voor digitale eurobetalingen met een lager risico — namelijk vereenvoudigde due diligence voor onlinetransacties met lage waarde en vrijstelling van monitoring van nabijheidsbetalingen met lage waarde. Zie Panetta, F. (2022), ‘Een digitale euro ten dienste van het publiek: het juiste evenwicht vinden’, inleidende verklaring voor de Commissie economische en monetaire zaken van het Europees Parlement, Brussel, 30 maart en ECB (2022), “Digital euro – Privacy options”, presentatie aan de Eurogroep, 4 april.

  4. Panetta, F. (2022), op. cit.

  5. Consumenten geven nu al steeds vaker de voorkeur aan niet-contante betalingen. Slechts 20% van al het contant geld wordt nu gebruikt voor betalingen. Vijftien jaar geleden was dit nog 35%. Zie Zamora-Pérez, A. (2021), “The paradox of banknotes: understanding the demand for cash beyond transactional use”, Economic Bulletin, Issue 2, ECB, Frankfurt am Main.

  6. We zijn eraan gewend om afwisselend private en publieke vormen van geld te gebruiken. Eurobankbiljetten en -munten zijn wettig betaalmiddel in het eurogebied. Contant geld is de enige vorm van publiek geld die rechtstreeks toegankelijk is voor iedereen. Het vertrouwen in privaat geld – bankdeposito’s, kredietkaarten en elektronische betaalmiddelen – berust op het vermogen dit op pari om te zetten in publiek geld. Daardoor kunnen betalingssystemen vlot werken en kan de handel soepel verlopen.

  7. Zie Panetta, F. (2021), ‘Central bank digital currencies: a monetary anchor for digital innovation’, toespraak voor het Real Instituto Elcano, Madrid, 5 november.

  8. Panetta, F. (2021), “The present and future of money in the digital age”, lezing bij Federcasse’s Lectiones cooperativae, Rome, 10 december.

  9. Panetta, F. (2021), ““Hic sunt leones” – open research questions on the international dimension of central bank digital currencies”, toespraak bij de ECB-CEBRA-conferentie over de internationale aspecten van digitale munten en fintech, Frankfurt am Main, 19 oktober.

  10. Panetta, F. (2022), “For a few cryptos more: the Wild West of crypto finance”, speech bij Columbia University, New York, 25 april. Zie ook Hermans, L. et al. (2022), “Decrypting financial stability risks in crypto-asset markets”, Financial Stability Review, ECB, mei.

  11. Het zou met name belangrijk zijn dat stablecoins met een op algoritmen gebaseerd stabilisatiemechanisme worden behandeld als andere crypto's dan e-money-tokens (EMT’s) of asset-referenced tokens (ART’s), en dat ze niet worden gebruikt voor betaaldoeleinden. Aangezien sommige algoritmische stablecoins in het verleden zijn mislukt (inclusief de recente ineenstorting van TerraUSD), is het duidelijk dat op algoritmen gebaseerde stabilisatiemechanismen zonder reserves conceptueel gebrekkig zijn gebleken en niet beter hebben gepresteerd dan bitcoin in termen van stabiliteit. Dit betekent dat algoritmische stablecoins zonder emittent en reserves op dezelfde manier moeten worden behandeld als crypto’s die geen EMT’s of ART’s zijn. Aangezien de kwaliteit van crypto’s onvoldoende is om de stabiliteit van ART’s/EMT’s te garanderen, mogen de reserves van ART’s/EMT’s bovendien niet bestaan uit crypto’s – ART’s, EMT’s of andere crypto’s. Ten slotte dient nog een nadere uitleg te worden gegeven om onderscheid te maken tussen ART’s, die verwijzen naar andere crypto’s, en de traditionele financiële instrumenten: een ART gericht op het handhaven van een stabiele waarde door te verwijzen naar een andere crypto, of een mandje van crypto’s, zou als een financieel instrument kunnen worden beschouwd (een crypto die de waarde van een andere crypto volgt kan een beursverhandeld fonds (ETF) zijn). Een dergelijk activum zou moeten worden onderworpen aan de relevante EU-wetgeving (zoals de Richtlijn betreffende markten voor financiële instrumenten of de Verordening marktmisbruik).

  12. Het zou ook nuttig zijn als de nieuwe Europese anti-witwasautoriteit toezicht houdt op de meest riskante aanbieders van crypto’s, aangezien dit aanzienlijk zou bijdragen tot de harmonisatie van het toezicht in alle EU-lidstaten.

  13. Voor een volledig overzicht van de effecten op het monetaire en financiële stelsel die voortvloeien uit de invoering van een digitale euro, zie Panetta, F. (2021), “The present and future of money in the digital age”, lezing bij Federcasse’s Lectiones cooperativae, Rome, 10 december. Zie ook Adalid, R, et al. (2022), “Central bank digital currency and bank intermediation”, Occasional Paper Series, Nr 293, ECB, mei. In de in dit document gepresenteerde analyses wordt gekeken naar verschillende benaderingen voor het beoordelen van de effecten van een digitale euro op banken in het eurogebied.

  14. Onmiddellijk opvraagbare retaildeposito’s (van huishoudens en niet-financiële ondernemingen) vormen ongeveer 40% van de totale passiva van banken in het eurogebied. Retaildeposito’s zijn het bepalende kenmerk van commerciële banken – het ontvangen van deposito’s en terugbetaalbare middelen is het eerste criterium van een kredietinstelling binnen de EU-wetgeving. De meeste retaildeposito’s kunnen binnen één dag worden opgenomen en worden tegen zeer lage kortetermijnrente vergoed. Niettemin zijn ze in de praktijk een constante en stabiele vorm van financiering, tenzij er sprake is van een bankencrisis. Deze kenmerken stellen banken in staat om leningen met een langere looptijd aan te bieden en slechts een fractie van de nominale waarde van deposito’s die op deze manier zijn gecreëerd in “reserves” van de centrale bank aan te houden. Dit vormt de basis van fractioneel reservebankieren.

  15. Individuele banken kunnen op de korte termijn op verschillende manieren op uitstromen reageren, bijvoorbeeld door (i) gebruik te maken van de bestaande overtollige reserves van de centrale bank die zij op haar balans aanhoudt, waardoor het aanhouden van overtollige reserves wordt verminderd; (ii) het verwerven van reserves van andere banken op de interbancaire markt door hetzij activa te verkopen hetzij door leningen, die zowel gedekt als ongedekt kunnen zijn en verschillende looptijden kunnen hebben; en door (iii) meer reserves van de centrale bank te verkrijgen door activa te verkopen of ze te gebruiken als onderpand voor gedekte leningen.

  16. Een individuele aanhoudingslimiet is de maximale hoeveelheid retail-CBDC die een eindgebruiker mag aanhouden. Zie de Digital euro glossary.

  17. De vergoeding van een retail-CBDC is een rentevoet die van toepassing is op retail-CBDC-aanhoudingen. De vergoeding wordt als gelaagd beschouwd indien de rentetarieven die van toepassing zijn op aanhoudingen worden gedifferentieerd per categorie, die aan de hand van drempels is bepaald. Zie de Digital euro glossary.

  18. Het ontwerp van een digitale euro zou waarschijnlijk een combinatie van instrumenten omvatten, zelfs als niet alle instrumenten op het moment van uitgifte worden geactiveerd.

  19. Zo onderzoeken we een overloopfunctie, die het voor gebruikers mogelijk maakt betalingen in digitale euro’s te ontvangen boven de aanhoudingslimiet door een digitale-eurorekening te koppelen aan een commerciële bankrekening. De overloopbenadering is een manier om de door eindgebruikers aangehouden retail-CBDC te beheren via geautomatiseerde conversie. Zo zal aangehouden retail-CBDC boven een bepaalde aanhoudingsdrempel automatisch naar een bankdeposito worden overgemaakt op een door de eindgebruiker gekozen gekoppelde commerciële bankrekening. Zie de Digital euro glossary. Aanhoudingslimieten zouden ook kunnen worden gedifferentieerd naar type gebruiker, om rekening te houden met de behoeften van burgers, die doorgaans aan de betalerskant staan, en bedrijven, die vooral aan de ontvangende kant van digitale eurobetalingen staan.

  20. Panetta, F. (2022), “More than an intellectual game: exploring the monetary policy and financial stability implications of central bank digital currencies”, toespraak bij de IESE Business School Banking Initiative Conference on Technology and Finance, Frankfurt am Main, 8 april.

  21. Intensieve contacten met belanghebbenden in de markt zullen ervoor zorgen dat een digitale euro tegemoetkomt aan de behoeften van gebruikers. Er is een belangrijke serie initiatieven opgezet, waaronder marktcontactgroepen, enquêtes en oproepen om belangstelling te tonen voor de technische ontwerpkenmerken van een digitale euro. Deskundigen van de ECB wisselen ook van gedachten over een digitale euro met vertegenwoordigers van Europese maatschappelijke organisaties en de academische wereld. Zie de ECB’s statement on stakeholder engagement.

CONTACT

Europese Centrale Bank

Directoraat-generaal Communicatie

Reproductie is alleen toegestaan met bronvermelding.

Contactpersonen voor de media